Modelbaan – deel 1 – overzicht

Na het gepruts op mijn treinbaantje 1.0 (om het zo maar te noemen) en de aanschaf van een compleet geautomatiseerd baantje N-spoor en besturing met Central Station 2 (CS2) en Rocrail is het tijd voor een nieuwe serie artikelen: kortweg “Modelbaan”.

Een voordeel van de aanschaf van een reeds opgebouwde treinbaan is dat je een aantal stappen kunt (moet eigenlijk) overslaan en er direct mee aan de slag kunt. Een nadeel is dat je niet precies weet hoe een en ander in elkaar steekt, hoe het is opgebouwd (welke draadjes van welke kleur, van waar naar waar gaan) en waarom het doet wat het doet!

Mijn eerste stappen waren dan ook om de opbouw te doorgronden: analyse van de diverse componenten en hoe die met elkaar samenhangen.

Het hart van het systeem is dus de centrale van Märklin, de “Central Sation 2” (CS2).

Versie-info CS2

Deze CS2-centrale is verbonden met de modelbaan en bestuurt middels digitale signalen de componenten op de baan: tot nu toe naar de locomotieven (starten, sneller, langzamer, stoppen, lichten aan/uit, enz.) en naar de wissels (rechtdoor/afslaand). De treinbaan verstuurt daarnaast digitale berichten naar de centrale: op dit moment alleen berichten over welke delen van de baan (welke blokken) bereden worden (bezetmeldingen). Hiertoe zijn geïsoleerde delen van de rails verbonden met zogenaamde OKKIE-detectiemodules, verbonden aan een Arduino die zorgt voor de terugkoppeling.

Op de centrale wordt een layout van rails en de zogenaamde “magneetartikelen” (wissels, seinen, draaischijf) aangemaakt. Hier worden ook de locs die op de baan gaan rijden opgevoerd.

Dit alles wordt ondersteund/aangestuurd via Rocrail vanaf de laptop.

Versie-info Rocrail.

De precieze samenwerking is mij nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk is dat de layout en alle onderdelen ( dus rails, wissels, terugmelders, e.d.) van de baan in zowel CS2 als in Rockrail opgebouwd moeten worden. Iets aanmaken in het ene systeem zorgt er dus niet voor dat het aangemaakt/overschreven wordt in het andere systeem. Met een kleine baan niet echt een probleem, maar wanneer de baan groeit … Het lijkt mij nogal dubbelop.

Opbouw van de baan

Hieronder twee tekeningen van de boven en de onderkant van de baan.

Bovenkant van de baan.

In bovenstaand plaatje zie je de bovenzijde van de baan, met daarop een achttal wissels (sw1 t/m sw8) en zeven blokken genummerd 1 t/m 7. Tussen blok 5 en blok 6 is nog een niet benoemd blok 8! Elk blok heeft aan aan beide uiteinde een detectiesectie; de groene sterretjes. Onder blok 3 is een programmeerrail gemonteerd, die niet in gebruik is.
Linksonder zie je de verbinding naar de centrale (CS2).

De onderzijde van de baan is wat ingewikkelder.

Onderkant van de baan.

Bovenstaand plaatje is een afbeelding van de onderzijde van de baan met alle daar gemonteerde onderdelen. De aansluiting van de centrale vind je linksboven: deze levert de voeding en het digitale signaal over twee draden: een witte (B, baanstroom) en een blauwe (0, nul). Deze draden zijn o.a. verbonden met de rails.
Märklin houdt voor deze aansluitingen de volgende kleurcodering aan:
B = rode draad, 0 = bruine draad. Maar hier is het dus:
B = witte draad, 0 = blauwe draad.
Een andere kleurcodering gebruiken kan natuurlijk, maar het is wel jammer dat dit niet overal consequent is doorgevoerd, zoals we later zullen zien.

Bekabeling rails

Alle rails die geen detectiesectie zijn, zijn bedraad met de wit/blauw-signaal-bekabeling. Her en der zijn voor de verdeling van deze bekabeling connectorblokken (in totaal vier stuks) opgenomen (de rood/blauwe blokjes in de afbeelding): aan de rode connectoren de witte bekabeling, aan de blauwe connectoren de blauwe bekabeling.

Een niet gebruikt connectorblokje.

Bekabeling wissels

De opdrachten voor de wissels worden door dezelfde wit/blauwe-signaal-bekabeling doorgegeven aan de Märklin K83-modules. Deze kunnen elk vier wissels aansturen.

Ook hier wijkt de kleurcodering van de bedrading af van de standaard. Op de baan wordt de volgende codering aangehouden:

Van het wissel lichtbruin naar rood op de K83,
Van het wissel zwart naar geel op de K83,
Van het wissel donkerbruin naar groen op de K83.

De bovenste K83 bedient de wissels 4, 7, 8 en 12.
De onderste K83 bedient de wissels 1, 2, 9 en 10.

Bekabeling detectiesecties

In tegenstelling tot de rails en de wissels zorgen de detectiesecties voor signalen richting de centrale. Deze detectiesecties hebben een nummer gekregen dat overeenkomt met de aansluiting die ze hebben op de OKKIE’s. Bijvoorbeeld sectie 1:1 (linksboven) is verbonden met het poortje 1 van OKKIE 1. Op de C-pin van de OKKIE’s is de blauwe draad van het signaal van de centrale aangesloten.
Om de signalen te verwerken is een Arduino UNO ingezet. Deze UNO heeft 16 ingangen waar de twee maal acht uitgangen van de OKKIE’s op aangesloten zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.